GeorgeSports Logo

 

ROTTERDAM QUALIFICATION TOURNAMENT (RQT) (3)

2021-01-22, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

In dit derde deel aandacht voor een aantal "zorgen betreffende de nabije toekomst" zoals aangegeven in de epiloog van het eerste deel alsmede in deel twee. "De cijfers liegen niet" al (b)lijkt het absoluut niet aan het beschikbare potentieel te liggen.

Citaat uit deel 2:
"Een onvermijdelijk bijverschijnsel van de wetenschappelijke ontwikkelingen in de begeleiding lijkt aan te geven dat de "specialisten" steeds meer van steeds minder weten waardoor een catastrofale breuk van onze zwemcultuur zich aan het voltrekken is. Hoe onze zwemcultuur te beschermen tegen bedreigingen als veel te ver doorgevoerde "professionalisering" ten koste van de fameuze Nederlandse brede basis? Hierover volgt, na deze serie artikels, een speciale bijdrage."

Terwijl de Nederlandse top zich opmaakt voor verdere kwalificatie voor de Olympische Spelen 2020, gehouden te Tokio 2021, ondergaat ook de sport meer en meer de neergang mede veroorzaakt door de Corona pandemie. De regering en de Tweede Kamer hebben voor 5.000! topsporters (waar komen die vandaan?) extra regelingen getroffen. Daarnaast is voor een aantal competities het licht op groen gezet.

De kloof tussen de breedtesport, al meer dan een eeuw het toeleveringsbedrijf voor de topsport, wordt snel groter. Specifiek de zwemsport: de gewenste wisselwerking tussen enerzijds de verenigingen en anderzijds het NOC/NSF - de KNZB - de OPC' s en HPC' s verloopt niet zoals in de opzet is aangegeven.
De trainers / coaches, managers, specifieke deskundigen etc. etc. dienen, juist in deze zware tijden hun veelal ploeterende collega's bij de verenigingen extra te ondersteunen. Zo ook de topsporters en de jeugdige talenten. Ook zij dienen met enige regelmaat acte de présence bij hun vereniging te geven. De voorgestelde wisselwerking is nu meer dan ooit een voorwaarde om het verenigingsniveau niet verder te laten terugzakken. Voorstellen:
-de clubtrainers / coaches maandelijks uitnodigen om trainingen van voormalige pupillen bij te wonen;
-tijdens deze training hen daadwerkelijk betrekken in het proces;
-na afloop tijd maken om met hen van gedachten te wisselen over de voortgang;
-de specifieke deskundigen op begrijpelijke wijze, dus simpel, hun inbreng laten uitleggen;
-minimaal éénmaal per maand dienen de toppers en de jeugdige talenten deel te nemen aan een training bij hun eigen vereniging;
-geen verbod om deel te nemen aan een verenigingsactiviteit voor de toppers en de jeugdige talenten.
Dit proces had tijdens de vorige TD van de KNZB, Jacco Verhaeren, ingezet moeten worden. Het niet uitvoeren van deze doelstelling lijkt inmiddels een vaste gewoonte en uiteraard de gemakkelijkste weg.

Vervolgens een kijkje in de reeds veel te ver doorgevoerde "professionalisering". In de jaren negentig vroeg beginnende trainer / coach Jacco Verhaeren naar het nut van de analyses in Hamburg. De conclusies: veel en lang reizen, hoge kosten, weinig tot geen bijzondere informatie en de informatie die beschikbaar kwam voegde niets toe aan de kennis van de sporter en zijn / haar trainer / coach.
Dat moest en zou bij het eigen Techno lab, later Inno lab genoemd anders moeten. Naast de meest geavanceerde apparatuur en een hoog opgeleid kader van specifieke deskundigen, stond de ontwikkeling van kennis op de eerste plaats. Zeer ambitieuze plannen. Wat is er daadwerkelijk terecht gekomen van "deze kans voor open doel"?
Het Inno lab Eindhoven, extra trainers / coaches, embedded scientists, inspanningsfysiologen, bio mechanici, diëtisten, fysiotherapeuten, enorme budgetten met als resultaat: het geleidelijk verder wegzakken op de belangrijke toernooien.

Al tientallen jaren slaagt Nederland er niet meer in om op de langere afstanden wereldtoppers te leveren. Vanaf de 200 meter nummers wordt het meer en meer ploeteren. Tijdens selectie wedstrijden, waaraan ook buitenlanders mogen deelnemen, gebeurt het niet zelden dat er geen of nauwelijks één Nederlandse deelnemer of deelneemster in de finales zit.

Hetzelfde geldt voor de estafettes. De beide 4*200 meter vrije slag onderdelen, dames en heren, worden bij voorbaat geschrapt van het lijstje "vermoedelijke limieten". Dat geldt ook voor de andere estafettes bij de heren, 4*100 meter vrije slag en 4*100 meter wisselslag. Wij hebben daar helaas niets meer te zoeken. Bij de dames lijkt ons vlaggenschip, de zeer succesvolle 4*100 meter vrije slag, geleidelijk ten onder te gaan bij gebrek aan doorstromend talent. Rest de 4*100 meter wisselslag dames. Vermoedelijk zal deze ploeg, met wereldtoppers op de rug en vrij, zich wel plaatsen doch eerstgenoemden kunnen nooit het grote verschil op de school en vlinder goed maken.

In tegenstelling tot de alinea over het gebrek aan wereldtoppers op de langere afstanden, is Nederland zeer succesvol in het open water. Ook voor Tokio zijn de verwachtingen wederom hoog gespannen.
Opvallend zijn de initiatieven van een paar subtoppers om een eigen weg te zoeken en dat met behulp van buitenlandse trainers / coaches, onder andere Marcel Schouten (Italië) en Lars Bottelier (Duitsland).
Sharon van Rouwendaal (1993) heeft deze weg met succes bewandeld. In 2016 werd zij Olympische Kampioene op de 10 kilometer na een Spartaanse trainingsperiode in Frankrijk.
Met Ferry Weertman (1992), Olympisch Kampioen eveneens in 2016, zal zij één van de Nederlandse paradepaardjes moeten zijn in Tokio.
Maar...........waar is de opvolging?

Waar is de opvolging zowel binnen als buiten? Ondanks de enorme budgetten en de inzet van de reeds genoemde massa deskundigen lukt het maar niet om jeugdige talenten het gat met de top te laten dichten. Belangrijkste oorzaken:
-lang niet altijd de echte talenten onderkennen, voorbeeld Brandon vd Berg;
-echte talenten op de verkeerde afstanden pushen, voorbeelden Femke Heemskerk bij de senioren en Imani de Jong bij de jeugd;

Nederland zal altijd een rol blijven spelen in het mondiale zwemmen. Vanaf de jaren dertig in de vorige eeuw tot en met de Spelen in 2016 zijn er vrijwel altijd succesjes gescoord. Van een echte dominantie, door een structurele aanpak, zal nimmer sprake zijn ondanks de ambitie die telkenmale wordt uitgesproken.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2018