NOC/NSF: 'DE REIS NAAR DE SPORTIEFSTE JEUGD VAN DE WERELD', ZIN OF ONZIN? (DEEL 2)

2026-08-19, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

De conclusie aan het einde van deel 1: krijgt de kwalificatie onzin.
Vervolgens is de vraag of de gepresenteerde uitgangspunten hierbij aansluiten?

Inleiding deel 2
Recentelijk zorgde een heerlijke middag in de buitenlucht bij een kids triatlon voor het opfrissen van jarenlange sluimerende inzichten en ideeën over het bewegen in het algemeen en de sport in het bijzonder, met als basis opbouw vanaf de letterlijk allerjongste jeugd.
De organisatie kwam weliswaar enigszins chaotisch over. Het overtreden van regels, voor zover deze er al waren, was meer regelmaat dan zeldzaamheid.
Maar dit alles deed totaal geen afbreuk aan het plezier dat de kids, naar schatting in de leeftijd van 4/5 - 12/13 jaar, beleefden.
Zwemmen in het meer, fietsen in het bos en rennen door het bos en over het strand deed de kids, ouders en bezoekers genieten.
Na afloop bleven velen nog spelen en genieten van het mooie weer en de schitterende omgeving!

Reeds 50 jaar geleden besteedde ik met mijn sporters heel veel aandacht aan de ALS (Algemene Lichaam Scholing), voor mij de basis van jarenlang vrij kunnen bewegen zonder kans op langdurige blessures uiteraard met uitzondering van traumatische letsels.
Tijdens de hierboven genoemde activiteit kwam de bewegingsarmoede op pijnlijke wijze aan het licht.
Het niveau van bewegen, zowel tijdens het zwemmen als het fietsen en het lopen was uitzonderlijk matig. Dat waren dan nog kinderen die actief zijn als leuk ervaarden.

Naast een mogelijk samenwerkingsverband met KTA (Kids Triatlon Academy) besloot ik mijn ideeën opnieuw op papier te zetten in de wetenschap dat dit, gezien mijn leeftijd, vermoedelijk wel de laatste keer zal zijn.
Hierbij richt ik mij op de leeftijd van 0 - 12/13 jaar. Om niet onmiddellijk te botsen met wetenschappers, deskundigen en ervaren collega's zal ik mij aan de alom geldende leeftijdsopzet houden.

Baby: 0-1
Dreumes: 1-2
Peuter: 2-4
Kleuter: 4-6
Kind: 6-11 (schoolkind)

Naast deze leeftijdsindeling is het belangrijk om een beperkt aantal specifieke kenmerken per groep aan te geven en dat in Jip en Janneke taal.
Baby: via reflexmatige bewegingen naar het leren herkennen en gebruiken van de eigen ledematen.
Dreumes: via kruipen, lopen, actief spelen, zelfstandig opstaan en zitten, naar rennen.
Peuter: de grove motoriek (grote bewegingen) veranderen in een hoog tempo via fijne motoriek (kleine bewegingen) naar vaardigheden die kenmerkend zijn voor een verbeterde coördinatie.
Kleuter: fantasie, vragen, sociale vaardigheden, emoties, bewegingsdrang.
Kind: fysieke ontwikkeling, communicatie, sociaal gedrag, karakter eigenschappen*¹.
*¹De hierop volgende puberteit wordt over het algemeen eerder door meisjes bereikt.

Gedurende deze hele periode ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de ouders of pleegouders. Vanaf volledige afhankelijkheid (baby) tot en met de start van de puberteit, rond 12/13 jaar, gaat deze primaire verantwoordelijkheid veranderen.
De invloed van broertjes, zusjes, oma's, opa's is eveneens groot.
Bij de eerste stappen naar school, peuter / kleuter, komen de belangrijke secundaire opvoeders in beeld. De invloed van hun functioneren neemt toe naarmate de jaren verstrijken.
Hetzelfde geldt voor het geleidelijk in beeld komen van leerkrachten op het gebied van sport en muziek.

Vanuit deze leeftijdsindeling, de bijhorende specifieke kenmerken en zij die voor een brede algehele ontwikkeling verantwoordelijkheid dragen, probeer ik een verantwoorde wijze van bewegingsontwikkeling te presenteren waarbij ik mijn ogen niet sluit voor het gebruik van (spel) computers en telefoons doch daaraan beperkende voorwaarden stel. Het gebruik daarvan, passend in het huidige tijdsbeeld, mag geen overheersende rol spelen in de tijdsbesteding. De primaire en secundaire opvoeders dienen de beperkende voorwaarden consequent na te leven. Voor een goede vorming van een jong mens is een consequente vorm van begeleiden een eerste vereiste.

Het is een complete misvatting dat deze ALS bij organisaties, in het bijzonder sportorganisaties, zal plaats vinden. ALS begint in het prilste stadium van een mensje. Hierin kunnen met name de primaire opvoeders een zeer belangrijke rol spelen. Laat merken dat het mensje de belangrijkste plaats in het leven van de primaire opvoeders inneemt en daarmee ook de taak om deze verantwoordelijkheid gezamenlijk en op een gelijkwaardig niveau door beide ouders op te pakken.

Geef het mensje niet alleen alle tijd doch onderneem in de lijn van de specifieke leeftijdskenmerken activiteiten. Simpel voorbeeld: het regelmatig wandelen met als "wandeluitstapjes" het bos, strand, gewoon buiten zodat de kenmerkende bijzonderheden van deze omgevingen zoals lucht en rust al heel vroeg eigen worden gemaakt. Het mensje moet al vroeg prettige gevoelens ontwikkelen en zal daarop positief reageren.

Deze aanpak neemt met het verstrijken der jaren toe. Buiten zijn, buiten spelen, bewegingservaring opdoen, samen met andere jonge mensjes leren omgaan, kortweg DE start van een ideale ALS. Leer jonge mensen genieten van het buiten zijn, hetgeen ook voor de opvoeders zeer waardevolle momenten betekenen. Samen met je kind, zelf bewegen, zelf de rust ervaren na hectische uren, zijn allemaal positieve ontwikkelingen en dienen haaks te staan op het tegenwoordig alles even vlug, vlug doen omdat er veel zaken, ook de opvoeding het kind, gepropt worden in het aantal beschikbare uren.

De vraag

De vraag is nu: uitgaande van de visie van ALS, is deze visie terug te vinden in de plannen van het NOC/NSF en de sportbonden? Wordt deze visie gevolgd?

De reacties van veel sportbonden op het initiatief van het NOC/NSF hebben als startpunten:
-zo jong mogelijk betrekken, liefst lid maken;
-veel sport specifiek begeleiden;
-veel gericht op een mogelijke topper op termijn.

De conclusie: in de plannen is vrijwel geen ALS terug te vinden. Veel staat haaks op het eerder geschrevene.

Uiteraard vereist het omarmen van ALS een maatschappelijke verandering. Hiervoor dient een aantal de conclusie: in de plannen is vrijwel geen ALS terug te vinden. grote stappen te worden gemaakt:
1.maatschappelijke erkenning van deze visie;
2.het aanvaarden van de politieke consequenties;
3.een complete herziening van de sportorganisaties, vanaf NOC/NSF tot en met peutergym.
Deel 3 komt met een aantal beleidspunten met als conclusie "krankzinnig of geniaal".

In deel 1 was de vraag: zin of onzin, antwoord onzin.
In dit deel is de vraag: of de gepresenteerde uitgangspunten hierbij aansluiten, antwoord neen.

Afsluiten met een bijzondere anekdote.
Met enige regelmatig zijn er nog altijd contacten met sporters uit de begin jaren, zestig en zeventig.
Nog niet zo lang geleden vertelde een sporter dat misschien wel de meest bijzondere en leukste herinnering aan de, door de buitenwereld vaak Spartaanse trainingen genoemd, de spelletjes in de duinen waren.
Eén spel werd als heel bijzonder ervaren namelijk verstoppertje spelen. Bij dit spel was de winnaar hij / zij die na affluiten zich het dichtst bij het centrale punt bevond.
"Wij groeven ons in, deden ons voor als wandelende takken, niets was te gek om te winnen. De tijd vloog, het plezier was enorm. Wij keken al weer uit naar de volgende zaterdag".

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

© George Sports/NatriSoft 2025